Nooit achter je hond aanlopen?… juist wel!!!

0
1871

Heel vaak wordt aan mensen het advies gegeven om nooit achter je hond aan te lopen. “Hij is toch sneller en zal er alleen maar een spelletje van maken dat hij meestal zal winnen. En dat kan toch nooit de bedoeling zijn.” Soms maakt men het nog erger en haalt men aan dat een “dominante nooit achter een ranglager dier zal lopen”.

Het is jammer dat aan hondeneigenaars dit advies gegeven wordt. Wie zegt namelijk dat de hond er een spelletje van maakt? Dat hangt er helemaal van af hoe je het brengt. Soms is het verstandiger om in het begin juist naar hun hond toe te lopen. Uiteindelijk levert dit als resultaat op dat de hond er juist geen spelletje van maakt. Dit doet hij omdat hij weet dat hij een goede kans heeft er beter van te worden als het baasje eraan komt. Hoe gaan we dit in de praktijk aanleren?

Niets zeggen

Wij laten een pup los op een veld waarop allerlei interessante spulletjes liggen. Een bal, een trektouw, een piepbeestje en nog veel meer. De meeste pups, maar ook de al wat oudere honden, gaan graag op onderzoek uit. Op het moment dat ze geïnteresseerd met hun omgeving bezig zijn gaat het baasje, zonder iets te zeggen, naar de hond toe. Als de hond wegloopt, stapt het baasje er gewoon achteraan. Net zolang tot hij of zij de hond bereikt heeft. Op dat moment doet het baasje niets anders dan de hond een snoepje geven. Nu zullen er mensen zijn die zeggen dat de hond dan voor het snuffelen beloond wordt, of voor het weglopen. Niets daarvan is waar. De hond wordt beloond voor het gedrag dat hij vertoont op het moment dat de beloning komt: het stilzitten voor het baasje, voor het richten van zijn aandacht op de hand van die baas en voor het pakken van dat snoepje. Het kan niet anders dan dat hij zijn andere activiteiten, hoe kort ook, moest staken om dit voor elkaar te krijgen. Het baasje mag nog steeds niets zeggen.

Opkijken

Als de eigenaars dit een aantal keer hebben gedaan, zien we dat honden dit patroon beginnen te herkennen. Ze gaan zelfs al anticiperen. Als het baasje in de buurt komt zien we dat ze sneller stoppen met hun overige activiteiten en al gaan opkijken. Nu gaan we intrainen door wat we operant conditioneren noemen. Vanaf dit moment moet de hond actief gaan opkijken naar het baasje voordat hij iets krijgt. En ook hier zien we dat de meeste honden dit graag doen. Sterker nog, ze anticiperen verder. Ze gaan zelfs al eerder opkijken. Voordat het baasje helemaal bij ze is.

Komen

Dit is het moment waarop we het komen gaan oefenen. De eigenaars gaan nu onmiddellijk stil staan op het moment dat de hond opkijkt. Als hij zijn snoepje wil, dan moet hij het maar komen halen. Meestal is dit pas op een afstand van een paar passen van de hond. Dat geeft echter niets. Als dit goed is gegaan, mogen de bazen als de hond de beweging inzet om te komen het commando “hier” gaan geven. Niet eerder, want als de hond nu niet komt, zegt dat commando nog helemaal niets. Ze moeten dus wachten op het inzetten van de beweging.

Initiatief overpakken

Op dit moment kan de hond dus komen en dat is wat we willen. Met andere woorden, het baasje is interessant genoeg om naar toe te gaan. Maar wel als hij besluit om op te kijken. We moeten dus verder. Stel dat de hond iedere keer opkijkt op een afstand van drie meter. Dit patroon moeten we eerst zien te ontdekken. Dan gaat het baasje nu op vier meter afstand de naam noemen. Kijkt de hond hierop, dan volgt het commando “hier” en mag hij zijn lekkers komen halen. En dit breiden we verder uit. (omschrijf duidelijk wat te doen als de hond niet komt en gewoon verder gaat spelen omdat hij dat aangenamer vindt) Natuurlijk kan het zijn dat de hond ervoor kiest om verder te snuffelen. Op dat moment heeft hij kunnen kiezen uit twee leuke dingen: het baasje met wat lekkers en de grond met al zijn lekker luchtjes. De grond is dan belangrijker. We gaan dan kijken of we iets kunnen vinden dat het baasje weer belangrijker maakt dan die grond. Dit is in bijna alle gevallen te vinden.

Bijkomende voordelen

De hond leert op deze manier verschillende dingen. Iets wat zeker is, is dat het komen bij het baasje plezierig is. Een ander ding is dat als het baasje eraan komt, je er geen spelletje van moet maken, want dan krijg je niks lekkers. Een derde aspect, maar dat is meer een veronderstelling, is dat de hond leert dat als hij geroepen wordt, of dat als het baasje eraan komt, de pret niet altijd over is. Hij mag doorgaan met waar hij mee bezig is. Het is niet voorbij, hij hoeft niet direct aan de lijn en hij hoeft niet direct mee naar huis. Aan het einde van onze cursussen (we hebben er drie) gaan de honden uit één groep allemaal los en het is fantastisch om te zien dat alle honden dan gewoon te roepen zijn, ze komen, ze kunnen even gaan zitten omdat ze weten dat ze daarna weer verder mogen spelen. Het is niet altijd zo zwart-wit dat honden altijd een spelletje winnen als het baasje achter ze aanloopt. Het gaat erom wat je ze leert en dat hebben wijzelf in de hand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here