Kynotrain
Home
Nieuws
Suzanne Clothier
KynoCongres 2011
Voeding
Opvoeding
Medische zaken
Verzorging
BlackBoxMethode®
Martin Gaus Hondenscholen
Opleidingen
Workshops
Lezingen
Hondenschool
Fokken van honden
Kopen van een hond
Kynoshop
hondenadministratie
Ras Belicht
Home
Nieuws
Suzanne Clothier
KynoCongres 2011
Voeding
Opvoeding
Medische zaken
Verzorging
BlackBoxMethode®
Martin Gaus Hondenscholen
Opleidingen
Workshops
Lezingen
Hondenschool
Fokken van honden
Kopen van een hond
Kynoshop
Vakantie
Het woord is aan ....
Hond en Kind
Contact
Links
Tjechoslowaakse Wolfhonden
De Tsjechoslowaakse Wolfhond is een relatief nieuw ras dat niet kan terug kijken op een jarenlange traditie, noch op beroemde fokkers en/of eigenaren. Toch trekt dit ras de aandacht waar ter wereld hij ook verschijnt.

Door hun afstamming staan deze honden nog heel dicht bij de natuur. Om terug te gaan naar de oorsprong van dit ras hoeven wij niet ver terug te gaan in de tijd. In 1955 begon Ing. Karel Hartl met het daadwerkelijk uitwerken van zijn idee om wolven met Duitse Herdershonden te kruisen. Deze eerste kruisingen vonden plaats in de kennels van het grenswachtstation te Libéhivice. De pups werden uitvoerig bekeken en getest op hun trainingscapaciteit, uithoudingsvermogen en karakter. Alleen de pups die voldeden aan alle eisen werden later ingezet als fokdieren waarbij er teruggefokt werd op niet gerelateerde Duitse Herders.
De eerst indruk is dat hij lijkt op een wolf. Met een schouderhoogte van minimaal 65 cm. voor een reu en minimaal 60 cm. voor een teef oogt hij imposant, zonder zwaar of grof te zijn. Zijn stokharige dichte vacht is wolfsgrauw met een rastypisch, licht masker. Zelfbewust kijkt hij de wereld in met zijn barnsteenkleurige licht schuin geplaatste ogen.

Liever gebruikt hij zijn ogen om alles in de gaten te houden, en reageert bliksemsnel op alles wat er in zijn omgeving gebeurt. Hij weet zonder zijn baas met zijn ogen te volgen precies waar de baas zich bevindt en wat hij doet. Hij kan zich perfect oriënteren en kan zonder problemen kilometers afleggen. Hij is zelfs in staat onder alle weersomstandigheden een urenoud spoor te volgen. Al deze eigenschappen maken hem tot een gebruikshond bij uitstek. Hij is inzetbaar als bijv. politiehond, speurhond, reddingshond maar ook als familiehond slaat hij een goed figuur en gaat vol enthousiasme met zijn baas naar de hondenclub om te trainen. Kortom kan hij in principe alles, mits hij daar toe gemotiveerd wordt!

De Tsjech wordt bij een consequente maar geduldige opvoeding een gehoorzame hond. In zijn eerste levensjaren kan hij een doldrieste wildebras zijn en is daardoor snel afgeleid. Door zijn energie en ondernemingslust haalt hij vaak ondeugende streken uit. Zij pakken alles in hun bek en rennen daar jolig mee rond om er vervolgens heerlijk op te gaan kauwen. Dit is heel natuurlijk gedrag alleen zijn uw spullen hier niet tegen bestand. Daarom is het absoluut noodzakelijk in het bezit te zijn van een flinke bench of kennel. Als u even niet op hem kunt letten zijn uw spullen tenminste veilig. Geef hem voldoende veilig eigen kauw en speelmateriaal.

Over het algemeen is de Tsjech minder snel zindelijk dan de doorsnee hond, ook vreugde- en deemoedsplasjes komen vaak voor. Dit gedrag toont een en al onderwerping aan u en u mag hem hiervoor nooit straffen!! Negeer het want bij het ouder worden gaat het vanzelf over.

Soms komt de terughoudendheid van de wolf t.a.v. vreemde dingen en mensen nog wel eens voor. Door zijn sterke persoonlijkheid kan hij dominant zijn tegenover andere honden. Vele hebben de eigenschap het gezin en alles wat daarbij hoort te beschermen. Deze beschermings- c.q. bezitsdrang kan hij ook vertonen t.o.v. uw tas, de auto en andere zaken. Tijdens een wandeling wil hij het liefst iedereen bij elkaar houden en loopt daarbij steeds van voor naar achter om iedereen nauwlettend in de gaten te houden.

Kortom het is een levenslustige, aanhankelijke hond die het heerlijk vindt om bij je en met je te zijn.

Meer info is te vinden op de website van de Nederlandse Vereniging voor Tsjechoslowaakse Wolfhonden: www.wolfhond.org
Oorspronkelijke, geldige standaard gepubliceerd op: 28-04-1994
Kort historisch overzicht:
In 1955 vond in de toenmalige CSSR een biologisch experiment plaats, een Duitse herder werd met een Karpatenwolf gekruist. Uit dit experiment bleek dat de pups uit de kruising hond x wolvin en uit de kruising teef x wolf, levensvatbaar waren. Het merendeel van de pups die voortgekomen zijn uit deze kruisingen bleken genetisch geschikt te zijn om mee verder te fokken.

Na het beëindigen van dit experiment werd in 1965 een project opgesteld voor dit nieuwe ras. Het doel was de goede eigenschappen van de wolf en die van de hond met elkaar te combineren. In 1982 werd het ras door de algemene vergadering van de Tsjechoslowaakse Federale Bond voor Fokkers van de toenmalige CSSR als nationaal ras erkend.

Algemene verschijning:
Krachtig, gebouwd, boven de gemiddelde grootte, met een rechthoekig uiterlijk. Zijn lichaamsbouw, gangwerk, vachtstructuur, kleur en masker, gelijkend op een wolf.

Belangrijke verhoudingen:Lichaamslengte : schofthoogte = 10 : 9
Lengte voorsnuit : lengte schedel = 1 : 1,5

Karakter en temperament:
Levendig, zeer actief, met een groot uithoudingsvermogen. Leert en reageert zeer snel. Onverschrokken en moedig. Argwanend, maar zal zonder reden niet aanvallen. Toont enorme trouw aan zijn baas. Bestand tegen alle weersomstandigheden. Veelzijdig inzetbare gebruikshond.

Hoofd:
Symmetrisch, goed gespierd. Zowel van boven als van opzij gezien heeft het hoofd een stompe wigvorm. Duidelijk geslachtstype.

Schedelgedeelte:
Zowel van voren als van opzij gezien is het voorhoofd licht gewelfd. De occiput is duidelijk zichtbaar. Matige stop.

Aangezichtsgedeelte:
Neus : Ovaalgevormd, zwart.
Voorsnuit : Glad, niet breed, rechte neusbrug.
Lippen: Strak gesloten, zonder ruimte i/d mondhoeken. De lipranden zijn zwart.
Kaken/ gebit:Goed ontwikkelde tanden, m.n. de hoektanden. Schaar- of tanggebit met 42 gebitselementen, zoals gebruikelijk geformeerd. Regelmatig geplaatst.
Wangen : Glad, voldoende bespierd, zonder (opvallende) bakken.
Ogen: Klein, schuin geplaatst, barnsteenkleurig, met goed gesloten oogleden.
Oren: Staand, dun, kort (d.w.z. niet langer dan 1/6 van de schofthoogte). De buitenste punt v/d ooraanzet en de buitenste ooghoeken liggen op één lijn. Een loodlijn vanuit de punt v/h oor loopt vlak langs het hoofd.
Hals/ nek: Droog, goed gespierd. In rust in een hoek van 40° met de horizontale lijn. De halslengte moet zodanig zijn, dat de neus van de hond moeiteloos de grond kan raken.

Lichaam:
Bovenbelijning : Vloeiende overgangen van hals naar lichaam, licht dalend.
Schoft:Goed gespierd, duidelijk zichtbaar. Hoewel zichtbaar mogen de schouders de bovenbelijning niet verstoren.
Rug : Sterk en recht.
Lendenen : Kort, goed gespierd, niet breed, licht gewelfd.
Bekken : Kort, goed gespierd, niet breed, licht hellend.
Borstkas: Symmetrisch, goed gespierd, ruim, peervormig en naar het borstbeen toe nauwer wordend. De onderkant v/d borstkas komt niet tot aan de ellebogen. De punt v/h borstbeen komt niet voorbij het boeggewricht (geen voorborst).
Onderbelijning en buik: Strakke oplopende buiklijn, licht ingevallen flanken.

Staart: Hoog aangezet, in rust recht naar beneden hangend. Als de hond attent is of in actie, wordt de staart hoger gedragen in een sikkelvorm.

Ledematen:
Voorhand: De voorbenen zijn recht, glad, dicht bij elkaar geplaatst, met licht naar buiten gedraaide voeten.
Schouder: Het schouderblad is tamelijk ver naar voren geplaatst, goed gespierd. Het vormt een hoek van bijna 65° met de horizontale lijn.
Opperarm: Sterk gespierd, een hoek van 120° tot 130° vormend met het schouderblad.
Ellebogen: Goed aangesloten, noch in- noch uitdraaiend, goed gedefinieerd,flexibel. Opperarm en voorbeen vormen een hoek van ongeveer 150°.
Voorbeen: Lang, glad en recht. De totale lengte van de voorbenen en de middenvoet bedraagt 55% van de schofthoogte.
Polsgewricht : Krachtig en flexibel.
Middenvoet: Lang, een hoek van minstens 75° met de grond vormend. Licht verend in beweging.
Voorvoeten: Groot, licht uitdraaiend, vrij lange gebogen tenen met sterke, donkere nagels. Goed ontwikkelde, elastische donkere voetzolen.

Achterhand:
Krachtig. De achterbenen staan parallel. Een denkbeeldige verticale lijn vanuit de punt van het zitbeen zou midden door het spronggewricht lopen.

Eerste dij/ bovenschenkel: Lang, goed gespierd. Vormt een hoek van 80° met het bekken. Het heupgewricht is stevig en flexibel.
Knie : Sterk en flexibel.
Tweede dij/ onderschenkel: Lang, glad, goed gespierd. Vormt een hoek van ongeveer 130° met de hak.
Spronggewricht: Glad, stevig en flexibel.
Hakbeen: Lang, glad, praktisch vertikaal t.o.v. de grond geplaatst.
Achtervoet: Vrij lange, gebogen tenen met sterke donkere nagels.

Gangwerk:
Harmonieus lichtvoetig, veel grond beslaande draf, waarbij de ledematen vlak bij de grond blijven. Hoofd en hals worden horizontaal gedragen. In stap gaat de hond in telgang.

Huid:
Elastisch, stak, zonder rimpels en ongepigmenteerd.

Vacht en vachtstructuur:
Recht en dicht. De winter- en zomervacht verschillen veel van elkaar. In de winter vormt de enorme ondervacht met de bovenvacht een dikke vacht om het gehele lichaam. Het is noodzakelijk dat de buik, binnenkant van de dijen, het scrotum, binnenkant van het oor en het gebied tussen de tenen behaard zijn. Rond de hals bevindt zich een duidelijke kraag.

Vachtkleur:
Van geel-grijs tot zilvergrijs met een karakteristiek licht masker. De onderzijde van de hals en de voorborst zijn licht gekleurd. Een donkergrijze kleur met masker is toegestaan.

Hoogte en gewicht:
Schofthoogte: reuen: minimaal 65 cm.: teven: minimaal 60 cm.
Gewicht: reuen: minimaal 26 kg.: teven: minimaal 20 kg.

Fouten:
Iedere afwijking van bovengenoemde punten moet als een fout beschouwd worden en de mate waarin deze fout wordt aangerekend dient in de juiste verhouding te staan tot de ernst van de fout.
- Zwaar of licht hoofd, vlak voorhoofd.
- Donkerbruin, zwarte of anders kleurige ogen.
- Zwaar oor. Hoog of laag aangezet oor.
- Hoog gedragen hals in rust, laag geplaatste hals in stand.
- Niet geprononceerde schoft, a-typische bovenbelijning, lang bekken.
- Te veel of te weinig hoeking in de voorhand, zwakke middenvoeten.
- Te veel of te weinig hoeking in de achterhand. Onvoldoende bespiering.
- Lange staart, laag aangezet en niet correct gedragen.
- Nauwelijks zichtbaar masker.
- Korte, slingerende gangen.

Diskwalificerende fouten:
- Afwijkingen in proporties.
- Fouten in gedrag en temperament, a-typisch hoofd, missende gebitselementen, ongelijkmatige beet.
- A-typische vorm en plaatsing van het oog.
- Keelhuid, sterke bekkenhelling.
- A-typische ribbenkast, foute en a-typische plaatsing van de voorbenen.
- Uitstaande en a-typische vacht, vachtkleur anders dan aangegeven in de standaard.
- Zwakke gewrichten, a-typisch gangwerk.

N.B.: Reuen moeten twee normaal uitziende teelballen hebben, die geheel in het scrotum zijn ingedaald!

Het is goed, bij het lezen van de standaard, in het achterhoofd te houden dat de CSV op geen enkel punt op een Duitse Herder mag lijken!

Meer info op de website van de Nederlandse Vereniging voor Tsjechoslowaakse Wolfhonden: www.wolfhond.org
 
Kynotrain