|
|
 | | Senioren |  | | GEZOND OUDER WORDEN MET EEN GEPASTE VOEDING | Vertoont uw hond of kat één of meerdere van de volgende verschijnselen:
1. Minder actief dan vroeger ?
2. Met de jaren zwaarder of de laatste tijd lichter geworden ?
3. Een slechte adem en/of bruinige, gele tanden of kwijlt hij/zij veel ?
4. De vacht glanst minder dan gewoonlijk ?
5. Zijn de ogen nog helder of glanzend ?
Dan is hij/zij misschien aan het "ouder" worden. Door een aangepaste levenswijze en aangepaste voeding kan men het huisdier ondersteunen voor een verder gezond en aangenaam leven.
Net zoals bij mensen hebben verbeteringen op het gebied van gezondheidszorg en voeding de gemiddelde levensduur van honden en katten verlengd. De huisdierpopulatie telt nu naar verhouding steeds meer oudere dieren. Uit onderzoeken blijkt dat ongeveer één derde van alle honden en katten ouder is dan 7 jaar.
Hoe zouden we "ouder worden" kunnen definiëren? Veroudering is een onomkeerbaar, complex biologisch proces dat resulteert in een geleidelijke vermindering van de mogelijkheid om een normaal leven te leiden en uiteindelijk leidt tot een verhoogde gevoeligheid voor aandoeningen. Veroudering is geen ziekte en kan niet worden genezen/vermeden.
Een voeding is samengesteld uit verschillende grondstoffen of ingrediënten, zoals o.a. vlees en granen. Deze grondstoffen moeten van hoge kwaliteit zijn om een goede voeding te kunnen garanderen. Anderzijds is een voeding opgebouwd uit verschillende voedingsstoffen of nutriënten, namelijk water, eiwit, vet, koolhydraten, vitaminen en mineralen. Al deze voedingsstoffen dienen in de juiste hoeveelheden en in de juiste verhoudingen in een voeding aanwezig te zijn. De behoeften aan deze voedingsstoffen verschillen naargelang de levensfase (pup of kitten, volwassen dier, ouder dier) en de mate van activiteit van het dier. Het geven van de juiste voeding aan oudere dieren is van cruciaal belang, onder andere om het risco voor het onstaan of ontwikkelen van aandoeningen tot een minimaal niveau te reduceren.
Er bestaan verschillende factoren en voedingskenmerken waarbij men rekening moet houden bij het samenstellen van een voeding voor oudere dieren. Deze zullen we nu bespreken.
- Oudere dieren hebben een lagere energiebehoefte omdat ze minder bewegen en de hoeveelheid vet in het lichaam zo kan verhogen, zodat ze meer aanleg hebben voor zwaarlijvigheid. Ook verminderen de spiermassa en -kracht waardoor het skelet extra belast wordt. Gewrichtsontsteking en artrose komen veel bij seniordieren voor. Om de symptomen van deze aandoeningen te vermijden of te beperken is het belangrijk om te voorkomen dat ze te zwaar worden. Dit kan gebeuren door de voeding(swijze) aan te passen en de dieren voldoende beweging te geven.
Een toevoeging van het vitamine-achtige L-carnitine aan het voer zorgt voor een betere omzetting van vet in energie en helpt zo om het optimaal lichaamsgewicht, het spierweefsel en de spierkracht te onderhouden.
Vooral honden van grotere rassen (die meer dan 25kg wegen) zijn gevoeliger voor gewrichtsaandoeningen. Bij een aangepast seniorenvoer worden gewrichtsbeschermende stoffen zoals glucosamine en chondroïtinesulfaat toegevoegd. Dit zijn natuurlijke bouwstenen van gewrichtskraakbeen die gezonde gewrichten helpen onderhouden en gewrichtsbeweging vereenvoudigen.
- Oudere dieren zijn gevoeliger voor uitdroging dan jongere dieren omdat ze niet zo snel overmatige vochtverliezen kunnen corrigeren. Daarom moeten ze continu vers en zuiver drinkwater ter beschikking hebben.
Bij oudere dieren neemt het dorstgevoel af en kunnen chronische nierproblemen in meer of mindere mate voorkomen als gevolg van een afname van de nierfunctie. In een "senior" voer dient vooral het fosforgehalte beperkt te worden omdat deze voedingsstof een schadelijke werking heeft op de nieren. De kwaliteit van het gebruikte eiwit moet hoger zijn om de nieren minder te belasten en om het lichaamsweefsel en de immuunfunctie op peil te houden.
- Urolithiasis is een aandoening van de lagere urinewegen die veel voorkomt bij katten. Bij deze aandoening kunnen bepaalde urinekristallen vooral in de blaas kristalliseren tot gruis en eventueel plugs en blaasstenen vormen. De blaas kan ontstoken raken waardoor ook een blaasinfectie kan ontstaan en de kat plasproblemen kan vertonen, zoals het vormen van kleine plasjes urine (al dan niet gemengd met bloed) op verschillende plaatsen. Een blaassteen kan in de urinewegen blijven vastzitten en zo de urineafvoer blokkeren, wat zeer ernstige gezondheidsimplicaties kan hebben. Er zijn verschillende factoren die een rol kunnen spelen bij het onstaan en de evolutie van deze aandoening. Ook bestaan er verschillende soorten kristallen en de soort kan afhankelijk zijn deze verschillende factoren. De zuurgraad van de urine speelt hierbij een belangrijke rol. Zo zal men bij oudere dieren er meestal voor zorgen dat de zuurgraad van de urine minder zuur is dan bij jongere dieren. Afhankelijk van het soort urinewegprobleem moet men de aangepaste voeding geven om dit probleem te helpen behandelen en vooral te helpen voorkomen.
- Bij oudere dieren verminderen de hartcapaciteit en de elasticiteit van hart en bloedvaten. Om een te hoge bloeddruk te vermijden moet een overdaad aan zout worden vermeden.
- Oudere dieren hebben soms ook een minder goede darmwerking wat kan leiden tot onder andere winderigheid of constipatie. Om dit te voorkomen, dient het ruwe vezelgehalte in de voeding verhoogd te worden om de darmbewegingen te stimuleren.
- Bij oudere honden en katten kan de vacht dof worden en de huid haar elasticiteit verliezen. Een verhoogd zinkgehalte en optimale gehaltes aan essentiële vetzuren kunnen dit proces vertragen.
- In het lichaam vinden oxidatiereacties plaats waarbij vrije radicalen ontstaan die lichaamscellen kunnen beschadigen. Normaal gesproken worden deze reacties tegengewerkt door anti-oxidanten in het lichaam en ontstaat er een evenwicht waarbij deze beschadigingen worden vermeden. Door stress en veroudering kan dit evenwicht echter worden verstoord en worden er meer vrije radicalen gevormd. Het lichaam kan worden ondersteund door biologisch actieve anti-oxidanten (zoals vitamine E, bèta-caroteen en selenium) toe te voegen aan het voer waardoor deze oxidatieve celbeschadiging wordt verminderd en de immuniteit van de hond wordt beschermd en het risico op ouderdomsaandoeningen vermindert.
Een mooi voorbeeld is het ontwikkelen van hersenveroudering bij oudere honden. Met de tijd veroorzaakt oxidatieve beschadiging van de hersencellen en weefsels, cellulaire en anatomische wijzigingen, die een verminderde cognitieve functie tot gevolg hebben.
Mogelijke symptomen kunnen zijn:
1. de honden zijn gedesoriënteerd en lijken minder alert
2. ze vertonen een verminderde interactie met de eigenaar
3. ze hebben een verstoord slaappatroon en slapen bijvoorbeeld
meer overdag en minder s'nachts,
4. ze worden minder zindelijk en er gebeuren regelmatig "ongelukjes" binnenshuis.
Deze met ouderdom gepaard gaande gedragswijzigingen komen veel voor maar worden dikwijls genegeerd. Deze aandoening kan dikwijls beperkt en behandeld worden, waarbij de voedingsbehandeling met een aangepaste dieetvoeding een belangrijke rol kan spelen.
Al deze functionele veranderingen worden veel duidelijker wanneer de voeding van de "ouder wordende hond" niet optimaal en evenwichtig is samengesteld. Daarom zal een hoog kwalitatieve, aangepaste voeding het risico op deze eventuele gezondheidsproblemen kunnen beperken.
Een goed seniorenvoer is samengesteld om te voldoen aan de specifieke nutritionele voedingsbehoeftes van gezonde honden of katten van 7 jaar en ouder. Honden van reuzerassen kunnen reeds op de leeftijd van 5 jaar worden overgeschakeld op een seniorenvoer.
Niet alleen de samenstelling van de voeding is belangrijk maar ook de manier van voeden. Het frequenter geven van kleinere maaltijden aan een ouder huisdier verhoogt de benutting van voedingsstoffen en kan de totale voedselopname verbeteren.
Als het oudere dier regelmatig door een dierenarts wordt onderzocht kan de gezondheidstoestand geëvalueerd worden en kan men kijken of men de voeding dient aan te passen.
Door een aangepaste voeding(swijze) en levenswijze kunnen de "ouder wordende" dieren een gezond en aangenaam leven leiden en hun eigenaar nog veel plezier en vreugde geven.
|  |
|
|
 |